Goo Impro!
Improviseren is spannend! Wanneer je "de vloer" op stapt, weet je nooit wat er gaat gebeuren. Razendsnel leren de kinderen de basisregels van improvisatietheater. Verschillende improvisatie-oefeningen zoals de Guess what, wie-wat-waar, de locatiesprong en het inspringspel passeren de revue. Vervolgens spelen de kinderen improvisatie-scènes. Ze stappen de vloer op met een beperkt aantal vaste elementen zoals de locatie waar de scène zich afspeelt of het soort personage dat ze spelen en improviseren de rest op het moment zelf.
Het is spannend, uitdagend en biedt gegarandeerd spelplezier!
Oriënteren
De leerkracht ontvangt een brief met daarin een kort filmpje met een voorbereidende opdracht over improvisatie, die via een link in LessonUp wordt aangeboden. Door samen met leerlingen voor te bereiden zullen de leerlingen tijdens de workshop een actieve, nieuwsgierige houding hebben.
Onderzoeken
In het eerste deel van de workshop onderzoeken we met de leerlingen wat improvisatie precies inhoudt en welke regels belangrijk zijn bij het improviseren. Wat helpt een scène spannend of interessant te maken en hoe zorg je ervoor dat de wie – wat – waar duidelijk is in een scéne? Hierna onderzoeken we wat emoties doen met een scène en hoe je deze het beste kunt spelen.
Uitvoeren
In het tweede deel van de workshop maken de leerlingen zelf een scène die ze kort voorbereiden. Een mix tussen afspraken en improvisatie. De leerlingen presenteren de scéne voor de klas en we sluiten af met een eindspel.
Evalueren
Tijdens de workshop reflecteert de docent voortdurend met de leerlingen op het spel en waar je op moet letten bij het improviseren. Tijdens het repeteren helpt de docent de leerlingen op weg en na het presenteren wordt de scène nabesproken. Daarbij ontvangt de leerkracht in de begeleidende brief instructies voor een passende afsluitende les waarin de klas verdergaat met improvisatie.
Onze workshops worden gegeven door HBO-geschoolde theater- en filmdocenten van de Theatermakerij
35 De leerling ontwikkelt artistiek creatief vermogen.
- Omgaan met speelruimte: experimenteren, improviseren en spelen met materialen, technieken, beweging, klank en instrumenten.
- Verkennen van eigen en gezamenlijke ideeën bij het maakproces.
- Bijstellen van eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Oriënteren op diverse technieken, materialen, middelen, vormen en processen.
- Bespreken van getoonde eigen of gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Bespreken van betekenissen van eigen kunstzinnig werk en dat van medeleerlingen.
- Gebruiken van vaktaal.
36 De leerling maakt kunstzinnige uitingen.
- Gebruiken van verbeeldende elementen uit beeldende kunst en muziek, alsmede van dans, of film, of theater bij het maken van eigen werk.
- Verbeelden van verhalen, ideeën, gedachten, ervaringen en, gevoelens.
- Spel- en acteertechnieken.
1 Nederlands
- De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.
2 Nederlands
- De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.
9 Nederlands
- De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.
54 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.
55 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
57 Bewegingsonderwijs
- De leerlingen leren op een verantwoorde manier deelnemen aan de omringende bewegingscultuur en leren de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen ervaren en uitvoeren.
58 Bewegingsonderwijs
- De leerlingen leren samen met anderen op een respectvolle manier aan bewegingsactiviteiten deelnemen, afspraken maken over het reguleren daarvan, de eigen bewegingsmogelijkheden inschatten en daarmee bij activiteiten rekening houden.
Goooo impro! bestaat uit 2 lessen van een uur. De docent bezoekt 2 x de school om de lessen uit te voeren.