STOF IS VAN DRAADJES -Tijdmachine Twente
De leerlingen bezoeken de Twentse boerderij die in het museum staat. Ze kijken er lekker even rond en stellen de vragen die bij ze opkomen. Hier mag alles worden
aangeraakt! Ze leren dat de boeren vroeger alles wat ze nodig hadden zelf konden maken, zelfs hun kleren. Ze onderzoeken de manier waarop dat gebeurde in en om de boerderij. Daarna ontdekken ze hoe later, in veel Twentse fabrieken, stof werd gemaakt. Het principe van het weven maken ze zich eigen met behulp van een papieren weefmatje.
- Oriënteren: De leerlingen oriënteren zich in de klas met de leerkracht op het museum als plek om te bezoeken. Wat weten de kinderen al over het museum? Wat kan wel en wat kan niet in het museum?
- Onderzoeken: De leerlingen bezoeken de Twentse boerderij die in het museum staat. Ze leren dat de boeren vroeger alles wat ze nodig hadden zelf konden maken, zelfs hun kleding. Tenslotte bekijken ze de machinale weefgetouwen.
- Uitvoeren: In het atelier ontdekken ze dat hun eigen kleding ook geweven is en maken ze zelf een papieren weefmatje.
- Evalueren: Aan het eind van het bezoek stelt de museumdocent enkele vragen aan de kinderen ter reflectie. Er is ontdekt dat door het om en om weven van de draad, stof wordt gemaakt.
Aansluiting op het lesprogramma: Wereldoriëntatie - de kinderen leren verband te leggen tussen wat ze in het museum zien en hun dagelijks leven. Ook leren de kinderen dat een museum een plek is die je kan bezoeken en hoe je je daar gedraagt en daarmee speelt het in op burgerschap.
Wil je met gratis busvervoer? Dat kan zolang het aantal gratis ritten niet op is. Boek daarom op tijd. Er kunnen 54 passagiers in de bus; met twee groepen tegelijk komen is milieubewust.
56 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.
1 Nederlands
- De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.
12 Nederlands
- De leerlingen verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden. Onder 'woordenschat' vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te denken en te spreken.
51 Oriëntatie op jezelf en de wereld
- De leerlingen leren gebruik te maken van eenvoudige historische bronnen, zoals aanwezig in ons cultureel erfgoed, en ze leren aanduidingen van tijd en tijdsindeling te hanteren.