Move to the Groove (dans)
Kinderen in de onderbouw kijken vaak op naar de stoere dingen die oudere leerlingen doen. In de lesreeks Move to the Groove zijn ze zelf aan de beurt!
In deze les aangeboden door Hartkwartier maken de leerlingen kennis met verschillende moderne stoere muziekstijlen en de bijbehorende dansmoves, zoals breakdancing, robotics en streetdance.
Zowel een losse les / workshop als meerdere lessen zijn mogelijk en tevens bestaat de mogelijkheid dat de kinderen het geleerde gaan presenteren aan de ouders. De aangegeven prijs is per groep, per les.
Oriënteren
De leerlingen oriënteren zich in de klas met de leerkracht op de verschillende dansstijlen door middel van een video en een aantal vragen. Zou het moeilijk zijn om te leren? Welke moves vind je interessant en zou je willen leren? Voor aanvang van de workshop wordt een lesbrief aangeleverd voor deze oriëntatie, met links naar videomateriaal.
Onderzoeken
De leerlingen onderzoeken in deze workshop hoe je deze verschillende dansstijlen kunt aanleren. Niet alleen dat, ze onderzoeken ook hoe je met je gezicht een stoere uitstraling kunt creëren die past bij deze dans. Ze vinden ze antworoden op vragen als: Welke vaardigheden zijn er nodig om te leren dansen? Is aanleg belangrijk, of gaat het om doorzettingsvermogen?
Uitvoeren
Tijdens de les leren de leerlingen verschillende dansmoves uit verschillende dansdisciplines. Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan uitstraling en gezichtsuitdrukking.
Evalueren
Aan het begin van de workshop worden de leerlingen gevraagd om na te denken over hoe het zou zijn om deze dans te leren. Na afloop wordt deze vraag opnieuw gesteld en kunnen de leerlingen deze vanuit hun nieuwe eigen ervaring beantwoorden.
Aansluiten op lesprogramma
Deze workshop sluit aan op verschillende onderdelen, met name groepsvorming, persoonlijke ontwikkeling (zelfvertrouwen en uitstraling) en fysieke creativiteit.
37 De leerling maakt kunst en cultuur mee.
- Omgaan met de gebruiken en gewoonten bij het actief meemaken van kunst en cultuur in uiteenlopende contexten.
- Vergelijken van eigen interesses en voorkeuren voor kunstzinnige uitingsvormen met die van anderen.
- Maken van een kunstzinnige uiting als verwerking van een culturele en kunstzinnige ervaring.
54 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.
55 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
58 Bewegingsonderwijs
- De leerlingen leren samen met anderen op een respectvolle manier aan bewegingsactiviteiten deelnemen, afspraken maken over het reguleren daarvan, de eigen bewegingsmogelijkheden inschatten en daarmee bij activiteiten rekening houden.