Activity image

Special effects: Maak het onmogelijke mogelijk

Ontdek de wereld van trucage in film! In deze workshop van Concordia leren leerlingen hoe filmmakers de kijker kunnen laten geloven in het onmogelijke. Met slimme filmtrucs, cameratechnieken en montage ontdekken zij hoe dingen kunnen verdwijnen, zweven, veranderen of ineens ergens anders opduiken. Samen met een ervaren filmdocent ervaren de leerlingen hoe krachtig beeldtaal en montage zijn. Tijdens de workshop maken leerlingen hun eigen filmscène waarin iets gebeurt wat in het echt eigenlijk niet kan. 

Voorbereiding in de klas
De leerlingen oriënteren zich op filmtrucs en special effects door verschillende voorbeelden uit films en andere video’s te bekijken. Denk bijvoorbeeld aan Mary Poppins die kan vliegen met een paraplu. De leerlingen bespreken welke effecten echt lijken en waarom. Daarna onderzoeken de leerlingen welke trucs zijn toegepast om dit mogelijk te maken.

De workshop. 

Groepen 1, 2 en 3
De jongste leerlingen oefenen tijdens de workshop eerst klassikaal met eenvoudige filmtrucs waarbij objecten en zelfs leerlingen kunnen verdwijnen. Daarna werken zij in kleinere groepen aan korte scènes vol fantasie (uitvoeren). Ze kiezen bijvoorbeeld voor trucs op een goochelschool of experimenteren met een geheim spreukenboek. Spelenderwijs ontdekken zij hoe je met simpele ingrepen bijzondere resultaten kunt krijgen. De programmaduur voor deze groepen is 60 minuten.

Groepen 4, 5 en 6
De leerlingen oefenen eerst door een verdwijntruc te filmen. Ze denken na over welke shots nodig zijn en op welke momenten je moet knippen om het effect geloofwaardig te maken. Vervolgens leren zij uitgebreider filmen en monteren in iMovie. In groepjes maken ze een korte filmscène waarin een speciale truc centraal staat (uitvoeren).

Groepen 7 en 8
De oudste leerlingen verdiepen zich in filmtaal en ontdekken onder andere het beroemde Kuleshov-effect: hoe de betekenis van een beeld verandert door het beeld dat ervoor of erna wordt gemonteerd. Ze experimenteren met montage, perspectief en timing in iMovie om de kijker bewust te beïnvloeden en maken in groepjes een eigen filmscène met special effects en slimme edits (uitvoeren). 

Na afloop bekijken de leerlingen elkaars video’s en bespreken zij wat ze hebben ontdekt. Tijdens de reflectie praten ze over de gebruikte trucs, de verschillen tussen de filmpjes en welke effecten het grappigst, spannendst of juist het moeilijkst waren om te maken.

Tot slot evalueren de leerlingen op het hele maakproces: wat hebben ze geleerd over film en special effects? hoe verliep de samenwerking? wat zouden ze een volgende keer anders aanpakken? Zo ervaren leerlingen niet alleen hoe leuk filmmaken is, maar leren ze ook creatief denken, samenwerken en kritisch kijken naar beeld.



Disciplines
Locaties
Groepen
Schooljaren
Kerndoelen
35 De leerling ontwikkelt artistiek creatief vermogen.
  • Omgaan met speelruimte: experimenteren, improviseren en spelen met materialen, technieken, beweging, klank en instrumenten.
  • Verkennen van eigen en gezamenlijke ideeën bij het maakproces.
  • Bijstellen van eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
  • Gebruiken van ideeën van andere makers als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
  • Gebruiken van uitingen van kunst en cultuur als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
  • Bijstellen van eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
  • Oriënteren op diverse technieken, materialen, middelen, vormen en processen.
  • Bespreken van getoonde eigen of gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
  • Kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur.
  • Verwoorden van eigen artistieke voorkeuren en vermogens tijdens het maakproces.
  • Bespreken van betekenissen van eigen kunstzinnig werk en dat van medeleerlingen.
  • Beschouwen en beschrijven van uitingen van kunst en cultuur van uiteenlopende makers.
  • Gebruiken van vaktaal.
  • Vragen stellen over de betekenissen van uitingen van kunst en cultuur.
  • Verwoorden van een mening over uitingen van kunst en cultuur.
36 De leerling maakt kunstzinnige uitingen.
  • Gebruiken van verbeeldende elementen uit beeldende kunst en muziek, alsmede van dans, of film, of theater bij het maken van eigen werk.
  • Verbeelden van verhalen, ideeën, gedachten, ervaringen en, gevoelens.
  • Ontwerpen en realiseren van toegepaste vormen van kunst.
  • Herinterpreteren van bestaand werk.
  • Fotografische en filmische technieken.
37 De leerling maakt kunst en cultuur mee.
  • Omgaan met de gebruiken en gewoonten bij het actief meemaken van kunst en cultuur in uiteenlopende contexten.
  • Uitwisselen van ervaringen in interactie met professionele makers.
  • Omgaan met uiteenlopende opvattingen en belevingen van anderen.
  • Vergelijken van eigen interesses en voorkeuren voor kunstzinnige uitingsvormen met die van anderen.
  • Maken van een kunstzinnige uiting als verwerking van een culturele en kunstzinnige ervaring.
  • Verkennen van kunstzinnige uitingen, kunststromingen en erfgoed in cultuur.
  • Verkennen van de functie en waarde van uitingen van kunst en cultuur voor zichzelf en de samenleving.
54 Kunstzinnige oriëntatie
  • De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.
55 Kunstzinnige oriëntatie
  • De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
56 Kunstzinnige oriëntatie
  • De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.
Bijzonderheden

De programmaduur voor de groepen 1, 2 en 3 is 60 minuten.

Lesmateriaal

Ervaringsvorm
Maken
Rolstoeltoegankelijk
Ja