Cinekid Filmspecial - Hoe werkt dat?
Tijdens een Cinekid Filmspecial beleven leerlingen meer dan alleen een film. Samen met een filmdocent ontdekken ze hoe verhalen worden verteld, leren ze bewust kijken en gaan ze met elkaar in gesprek over wat ze zien en ervaren.
Het programma
We stellen de grote vragen! Als je vader in de gevangenis zit, is hij dan
een boef? Wat gebeurt er met ons als we dood gaan? Waarom kan ik er niet zo uit
zien als mijn idool? En als het universum zo groot is, doe ik er dan wel toe?
Deze vragen komen allemaal aan bod in dit filmprogramma met korte animatie- en
documentaire films. Het filmprogramma duurt ongeveer 47 minuten. Inclusief het
interactieve programma met de filmdocent duurt het volledige bezoek aan
Concordia ongeveer 65 minuten.
Voorbereiding in de klas
Voordat de leerlingen Concordia bezoeken, oriënteren zij zich met
behulp van het digitale lesmateriaal van Cinekid op de film en de thema's die
daarin centraal staan. Door verschillende opdrachten en kijkvragen gaan zij onderzoeken
wat zij al weten, welke verwachtingen zij hebben en waar zij tijdens de film
extra op willen letten. Zo stappen zij nieuwsgierig en met een onderzoekende
blik de filmzaal binnen.
Het bezoek aan Concordia
Dan is het zover (uitvoeren): de leerlingen worden ontvangen in de
filmzaal van Concordia. Samen bekijken zij de verschillende korte films en gaan
zij met de filmdocent op zoek naar de grote vragen die de films oproepen. Er is
ruimte om verwondering te delen, vragen te stellen en verschillende antwoorden
te onderzoeken.
Na afloop is er ruimte voor reflectie. Welke vraag uit de films hield je het meeste bezig? Waren er verschillende meningen in de groep? En hoe kan film je aan het denken zetten over jezelf en de wereld om je heen?
Tijdens de evaluatie blikken de leerlingen terug op hun filmbezoek en ontdekken zij hoe film kan inspireren, verrassen en aan het denken kan zetten. Met het digitale lesmateriaal van Cinekid kan de leerkracht het bezoek in de klas verder verdiepen en samen met de leerlingen terugkijken op wat zij hebben geleerd en ervaren.
35 De leerling ontwikkelt artistiek creatief vermogen.
- Beschouwen en beschrijven van uitingen van kunst en cultuur van uiteenlopende makers.
- Gebruiken van vaktaal.
- Vragen stellen over de betekenissen van uitingen van kunst en cultuur.
- Verwoorden van een mening over uitingen van kunst en cultuur.
37 De leerling maakt kunst en cultuur mee.
- Omgaan met de gebruiken en gewoonten bij het actief meemaken van kunst en cultuur in uiteenlopende contexten.
- Uitwisselen van ervaringen in interactie met professionele makers.
- Omgaan met uiteenlopende opvattingen en belevingen van anderen.
- Vergelijken van eigen interesses en voorkeuren voor kunstzinnige uitingsvormen met die van anderen.
55 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
56 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.