De Verffabriek

De verffabriek - Een workshop van Kaliber Kunstenschool

 

Oriënteren

Tijdens de workshop gaan de leerlingen een kunstwerk maken met door henzelf gecreëerde kleuren. Maar wat is een kunstwerk eigenlijk en waar denken de leerlingen aan bij kunst.
Dit gesprek voert de leerkracht met de leerlingen tijdens de voorbereidende les.

Onderzoeken

Het kunstwerk dat ze tijdens de workshop gaan maken is een landschapstekening. In de voorbereiding kijken ze alvast een filmpje over de opbouw van zo'n tekening/schilderij.

Uitvoeren

Na het maken van een landschapstekening (tijdens de workshop) gaan de leerlingen deze inkleuren met door hen zelf gecreëerde verf. De kleuren voor de verf halen ze uit verschillende voedingsmiddelen zoals groenten, koffie, thee en kruiden.

Evalueren

Na afloop van de workshop bekijken de leerlingen elkaars werken bekijken: wat zien ze, wat valt ze op, welke sfeer heeft het?

 

 De workshop is aanpasbaar en daardoor geschikt (te maken) voor groepen binnen het speciaal onderwijs. 
Voor vragen mail naar: onderwijs@kaliberkunstenschool.nl

 

 

 

Leerplankader

Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)

De leerling kan zich binnen de context van een betekenisvol thema of onderwerp openstellen voor beeldende vormgeving en beeldende kunst (autonoom en toegepast). De leerling kan in een beeldbeschouwings-gesprek de betekenis die hij aan beeldende vormgeving en beeldende kunst geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt zoals beeldaspecten, materialen en technieken. Hij kan daarbij openstaan voor betekenissen die anderen daaraan geven (waaronder de vormgever, kunstenaar).

De leerling kan bronnenonderzoek doen en aspecten van wereldoriëntatie en beeldende vormgeving en beeldende kunst (waaronder cultureel erfgoed ) gebruiken als inspiratiebron voor eigen beeldend werk. De leerling kan binnen de context van het thema/onderwerp gericht experimenteren met beeldaspecten en materialen en technieken en verschillende mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken volgens welke stappen hij de beeldende opdracht het beste kan uitvoeren. Hij kan daarbij teruggrijpen naar de informatie en de ideeën die hij heeft opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan bewuste keuzes maken bij het uitvoeren van de opdracht en aangeven hoe hij gebruik heeft gemaakt van ideeën die hij heeft opgedaan in de onderzoeksfase. De leerling kan zijn keuzes motiveren en daarbij rekening houden met de criteria van de opdracht en zijn eigen criteria. De leerling kan zijn plannen volgens een bepaalde werkvolgorde uitvoeren en daarbij gebruik maken van zijn kennis en inzicht in het gebruik van materialen, technieken en gereedschappen.

De leerling kan vertellen over het verloop van zijn werkproces en daarbij zijn werk vergelijken met de criteria van de opdracht en zijn eigen criteria. De leerling kan zijn waardering uitspreken voor het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan een relatie leggen tussen oplossingen in zijn eigen werk en dat van beeldend vormgevers/kunstenaars en daarbij binnen- en buitenschoolse kunstervaringen betrekken.