Lekker eigenwijs
Lekker Eigenwijs - Een workshop van Kaliber Kunstenschool.
De leerlingen onderzoeken wat eigenwijs is. Ben je zelf eigenwijs? Wat zijn de voordelen van eigenwijs zijn? De leerlingen gaan eigenwijze oplossingen bedenken in verschillende (spel)situaties. Ook maken ze een eigen scene waarin ze zichzelf op een eigenwijze manier moeten zien te redden uit een theatrale situatie. Leerlingen worden uitgedaagd om vrij te spelen, zich in te leven in een ander of in een bepaalde situatie en met creatieve oplossingen te komen.
Oriënteren:
Wat is eigenwijs? Ben jij ook eigenwijs?
Ter voorbereiding op deze workshop kun je de leerlingen een eigenwijs dier/figuur laten tekenen of een collage knippen uit tijdschriften (hoofd van een paard met de staart van een vis, etc)
In de begeleidende lesbrief zitten nog meer lessuggesties.
Ontdekken:
Tijdens de workshop wordt gewerkt met 4 eigenwijze types. Deze eigenwijze types komen uit de Commedia dell’arte komen. Een vorm van improvisatietheater uit de 16e eeuw. Omdat ze bij Commedia dell’arte vaak ook maskers gebruikte was het extra belangrijk om in je lijf/lichaam duidelijk te maken wie je was en hoe je je voelde.
Uitvoeren:
Er wordt eerst geoefend met de verschillende typetjes. Vervolgens gaan de leerlingen verschillende oefeningen doen waarbij lichaamshouding erg bepalend is.
Evaluatie:
Hoe vond je het om typetjes te spelen? Wat vond je moeilijk/leuk/makkelijk?
Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)
De leerling kan zijn eigen dramatisch spel afstemmen met de groep en dit gebruiken in een presentatie (zoals een theaterstuk). De leerling kan de verschillende betekenissen die anderen aan theater geven vergelijken met zijn eigen betekenisgeving.
De leerling kan onderzoek doen naar de mogelijke betekenis en de zeggingskracht van spelelementen (wie, wat, waar, wanneer en waarom), speltechnieken en spelstijlen die nodig zijn voor het maken van een scène. Hij kan de opbouw van een toneelstuk (begin, midden, eind en scènes) benoemen. De leerling kan een uitvoeringsplan maken, individueel of samen met anderen, en kan daarbij rekening houden met de criteria van de gegeven opdracht en zijn eigen criteria en/of die van de groep.
De leerling kan bewust de spelelementen wie, wat, waar, wanneer en waarom in spel vormgeven. De leerling kan betekenis en zeggingskracht geven aan zijn spel door een duidelijke inzet van speltechnieken, spelstijlen, (vaste) tekst en (gespeelde) emoties. De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen tussen de scène en de onderzoeksfase. Hij staat daarbij open voor feedback van anderen. De leerling kan spelopdrachten uitvoeren, actief meespelen met de dramatische werkvormen: tableau vivant, afspreekspel, dialoogspel, toneelspel, tekstspel, improvisatiespel/ inspringspel en voordrachtspel en kan de theatrale vormgeving (decor, kostuums) bewust toepassen in een scène of toneelstuk. De leerling herkent bovenstaande spelopdrachten en dramatische werkvormen en kan verschillen benoemen. De leerling kan zelfstandig een dialoog schrijven en kan een voorstelling maken voor een publiek dat gebaseerd is op een zelfgemaakt of bestaand verhaal. De leerling kan in de les of voor (onbekend) publiek met een duidelijke expressie (verbaal en non-verbaal) spelen.
De leerling kan zijn spelkwaliteiten en ontwikkelpunten en die van andere leerlingen benoemen en kan daarbij zijn eigen criteria (en/of die van de groep) vergelijken met de criteria van de opdracht. De leerling kan een relatie leggen tussen zijn eigen betekenisgeving en die van anderen, waaronder (semi) professionele kunstenaars. De leerling kan de feedback over zijn spel en dat van andere leerlingen uit zijn groepje toepassen in zijn spel.