Dichten is niet Eng of hoe word ik de nieuwe juniorstadsdichter van Enschede

Dichten is niet Eng of hoe word ik de nieuwe juniorstadsdichter van Enschede

flyer junior stadsdichter 566x800Stichting Dichters in Enschede, organiseert in samenwerking met de bibliotheek Enschede, Concordia en de SLME een verkiezing voor de juniorstadsdichter van Enschede. Hierbij hoort een lesproject (hoe maak je een gedicht) voor alle groepen7 en 8 van de basisscholen in Enschede. In de poëzieweek in januari 2021 volgt de verkiezing op een avond, met de rode loper in Concordia! 

Tanja ter Dicht (Regine Hilhorst) van het instituut voor het dichten in het algemeen en het juniorstadsdichten in het bijzonder geeft een poëzie- workshop  n.a.v. het digitale lesprogramma Plastic soep. Middels een filmpje over Plastic soep loodst spindokter Tanja ter Dicht leerlingen van groep 7  en 8 door een werkboekje, waarbij via zintuigelijke beleving stap voor stap wordt verteld hoe je tot een gedicht kunt komen. Deze gedichten zou je kunnen gebruiken om mee te doen aan de junior stadsdichterverkiezing 2021  maar dat hoeft natuurlijk niet. De verkiezing van de nieuwe junior stadsdichter vindt plaats op 2 februari 2021 om 15.30 uur in Concordia.

Doe je mee, stuur dan je gedicht voor 31 december 2020 naar: juniorstadsdichter@bibliotheekenschede.nl

Voor meer informatie: https://www.stadsdichterenschede.nl/junior-stadsdichter/

 

 

Leerplankader

Oriënteren
(10 punten)
Onderzoeken
(40 punten)
Uitvoeren
(40 punten)
Evalueren
(10 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.