Graffiti Jaxx

Graffiti-Jaxx
Geef oude kleding een tweede leven in jouw eigen stijl
Kleding weggooien? Zonde! Tijdens de workshop Graffiti-Jaxx leren leerlingen hoe ze oude spijkerkleding kunnen transformeren tot unieke, draagbare kunstwerken. Denk aan je oude spijkerbroek, rok of jack als een leeg canvas waarop jij je eigen stijl tot leven brengt. Met behulp van verf, Posca-stiften en graffiti-technieken maak je een persoonlijk ontwerp dat niemand anders heeft. Je leert niet alleen iets nieuws, maar draagt ook bij aan recycling én zelfexpressie. Voor deze workshop vragen om vooraf oude spijkerkleding in te zamelen. Leerlingen nemen hun gewassen kledingstuk mee naar school en schrijven hun naam en klas aan de binnenkant. De kleding wordt vervolgens (door ons of door de school zelf met behulp van de lesbrief) voorbewerkt met canvasprimer. Mocht het niet mogelijk zijn om kleding te verzamelen, dan kan er gekozen worden voor T-shirts die door Cultuurgeluid worden geleverd. Hier zijn wel extra kosten aan verbonden. Zelf kleding inzamelen voordeliger en maakt het leuker en duurzamer.

Oriënteren
De leerlingen maken samen met de leerkracht kennis met de oorsprong van graffiti binnen de hiphopcultuur en de toepassing ervan op kleding. In de lesbrief bekijken zij video’s over verschillende technieken, stijlen en materialen. Ze starten met het maken van schetsen op papier en verkennen hoe zij hun ideeën kunnen vertalen naar textiel. Ook onderzoeken zij het gebruik van sjablonen (stencils) als hulpmiddel om strakke vormen en herhalende patronen te creëren.

Onderzoeken
Aan de hand van de lesbrief werken de leerlingen een voorbereidende opdracht uit. Ze maken een blueprint van hun ontwerp met behulp van papier, sjablonen en hun eigen fantasie.
Er wordt geoefend met lettertypes, compositie en beeldende elementen. Leerlingen experimenteren met verschillende stijlen: van typografische graffiti tot vrije kunstvormen. Zo ontwikkelen zij een ontwerp dat straks op hun kledingstuk tot leven komt.

Uitvoeren
De workshop start met een introductie door de gastdocent in de klas. De leerlingen nemen hun voorbereidende werk mee. Er wordt uitleg gegeven over materialen, technieken en veiligheid. Vervolgens gaan de leerlingen naar buiten voor een demonstratie, waarin zij zien hoe je met spuitverf en sjablonen werkt. Daarna gaan zij zelf aan de slag: eerst buiten, waar zij hun ontwerp voorzichtig op de stof sprayen, en daarna binnen, waar zij hun werk verder uitwerken met stiften en verf. Stap voor stap groeit hun kledingstuk uit tot een uniek en draagbaar kunstwerk.

Evalueren
De workshop wordt feestelijk afgesloten met een groepsfoto en een mini-catwalk in de klas, waarbij de leerlingen hun ontwerpen presenteren. Daarna volgt een reflectiegesprek met de gastdocent. De leerlingen delen hun ervaringen en beantwoorden vragen zoals:

  • Wat heb je geleerd?
  • Wat vond je vernieuwend?
  • Hoe vond je het samenwerken?
  • Waar ben je het meest trots op?
  • Zou je dit vaker willen doen?

Leerplankader

Oriënteren
(20 punten)
Onderzoeken
(10 punten)
Uitvoeren
(45 punten)
Evalueren
(25 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.