Gave GIFjes ( Moving image)

Gave GIFjes ( Moving image)

Gave GIFjes - Een workshop van Kaliber Kunstenschool!

De leerlingen gaan aan de slag met een selfie en een schaar. Via papercut techniek kunnen ze hun oren laten vliegen of een bos uit hun hoofd laten groeien.

Slechts in 3 foto's kun je al wat moois laten zien.

 

Oriënteren

Animatiewiel

Lang geleden werd de Fenakistiscoop ontworpen door de Belg Joseph Plateau. Een heel ingewikkeld woord voor een erg simpel ding. Dit was één van de allereerste manieren om een animatiefilmpje te maken en bekijken. Het waren hele korte animaties die steeds achter elkaar herhaald werden. Eigenlijk zijn deze mini-animaties de voorlopers van de GIFjes die we tegenwoordig rondsturen! Ter voorbereiding op de workshop maken de leerlingen een animatiewiel.

Onderzoeken

De leerlingen gaan onderzoeken hoe een GIF is opgebouwd.

Uitvoeren

Tijdens de workshop maken de leerlingen hun eigen GIFje met een selfie als basis.

Evalueren

De leerlingen kunnen nu via de app Canva (gratis) hun eigen GIFje maken.

Leerplankader

Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.