Jungle Dansavontuur
Workshop van Kaliber Kunstenschool.
In deze workshop worden leerlingen meegenomen op avontuur in het tropisch regenwoud. Heel mooi en heel avontuurlijk. Hoe kom je in de jungle? Welke dieren komen er op je weg? En wat voor weer is het daar eigenlijk? Maar ze gaan het ook hebben over de invloed van de mens op de natuur: wat doet vervuiling met de natuur en hoe houden we de natuur schoon.
In dit dansavontuur verkennen leerlingen spelenderwijs met verschillende opdrachten allerlei bewegingen. Ze leren hun lichaam op verschillende manieren te gebruiken.
Oriënteren
De leerlingen gaan ter voorbereiding op deze workshop in de klas aan de slag met het thema jungle en ook met de gevolgen van vervuiling/afval op de natuur.
Onderzoeken
Tijdens de workshop leren de kinderen over verschillende vervoersmiddelen, weersomstandigheden en dieren.
Uitvoeren
Door middel van verschillende oefeningen gaan de leerlingen aan de slag met bewegen. Standvastig stilstaan als een flamingo, flexibel als een slang en dansen als een aap.
Evalueren
Wat hebben de leerlingen van deze workshop geleerd en welke onderdelen zouden ze nog wel eens met de leerkracht willen herhalen?
De workshop is aanpasbaar en daardoor geschikt (te maken) voor groepen binnen het speciaal onderwijs.
Voor vragen mail naar: onderwijs@kaliberkunstenschool.nl
Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)
De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.
De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.
De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.
De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.