Djembé ( module )

Djembé ( module )

Djembe - een module van Kaliber Kunstenschool

De djembé heeft een mooi timbre en het bespelen ervan is een echte groepsactiviteit. Afhankelijk van de leeftijd en de ervaring van de kinderen met ritmiek kunnen de ritmes en combinatie van ritmes van basaal naar complex worden opgebouwd. Behalve de techniek van het spelen van verschillende slagen en het onthouden van ritmepatronen is luisteren naar elkaar erg belangrijk: op basis van cues val je in of moet je stoppen. De lessen zorgen voor een energieke sfeer.

 

Oriënteren

De leerkracht bespreekt met de kinderen de herkomst van de djembé. Waar werd het oorspronkelijk voor gebruikt en waar is het van gemaakt? 

Onderzoeken

Welke verschillende klanken kun je allemaal maken met een djembé? 

Uitvoeren

De kinderen gaan verschillende ritmes maken met de verschillende slagen die ze hebben geleerd.

Evalueren

Hoe hebben de leerlingen de module ervaren? Hoe vonden ze het om samen muziek te maken? Wat vonden ze het om dit instrument te bespelen, viel het mee of tegen?

Leerplankader

Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.