Taal - tekst - tophit

Taal - tekst - tophit

Taal - Tekst - Tophit - een workshop van Kaliber Kunstenschool

Lekker hard meezingen met de hits van nu! Waar doe je dat? Thuis, op je kamer, onder de douche? Waarom is een tophit een tophit en blijft het de hele dag in je hoofd hangen? Je gaat aan de slag met vorm en woorden en zo ontstaat met een stevige beat of een mooie melodie je eigen tophit. 

Oriënteren

Wat is een tophit? En wat maakt iets tot een tophit. Welke tophits zijn nu actueel?

Onderzoeken

Bespreek met de klas de vorm en opzet van een popliedje.
Laat de leerlingen verschillende songteksten bekijken en vergelijken. 

Uitvoeren

Tijdens de workshop komt de muziekdocent van Kaliber een les songwriting geven.
De muziekdocent gaat samen met de klas aan de slag met jullie eigen tophit.
De (tekst) input van de leerlingen wordt hierin meegenomen.

Evalueren

Om verder te gaan binnen het thema tophit kunnen de leerlingen een collage maken over hoe zij zouden willen zijn als artiest.
Hoe zou je eruit willen zien? Is er iemand op wie je zou willen lijken? Wie zou je publiek zijn?

Leerplankader

Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.