Tape Art
Tape Art - een workshop van Kaliber Kunstenschool
Is iets dichtbij of ver en hoe kan je hiermee spelen? Vanuit een kunstenaarsperspectief worden er optische mogelijkheden verkend.
De leerlingen gaan hun directe omgeving verkennen en gaan ingrepen doen met verschillende soorten tape…dat is soms zo makkelijk nog niet!
Oriënteren
In de voorbereidende les gaan de leerlingen aan de slag met perspectief.
Ze bekijken foto's die vanuit verschillende standpunten zijn gemaakt. Wat valt hen op?
Onderzoeken
Hoe laat je op een tekening zien dat iets ver weg of juist dichtbij is. Door middel van een tekenopdracht gaan leerlingen onderzoeken hoe je dit doet.
Uitvoeren
Tijdens de workshop met de docent van Kaliber gaan de leerlingen aan de slag met tape. Met dit materiaal gaan ze een kunstwerk maken. Uiteraard wordt hierbij ook ingegaan op en rekening gehouden met perspectief.
Evalueren
In de reflecterende lesbrief zit een verwerkingsopdracht over kunstenaar MC Escher.
Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)
De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.
De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.
De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.
De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.