Het Twents Verzet

Het Twents Verzet

Het Twents Verzet - Een module van Kaliber Kunstenschool

De module Het Twents verzet gaat over de persoonlijke verhalen van verzetsstrijders en over onder andere over een van de grootste bankovervallen in Almelo en de jodensterren in Enschede in de tweede wereldoorlog. Vanuit een koffer met spulletjes van haar opa, verteld de docent van Kaliber het verhaal en geeft samen met de klas vorm aan de karakters van de mannen die bij dit verhaal betrokken waren. Wat een spannende tijd was dat en wat zouden die mannen gevoeld hebben. Waren ze bang of heel strijdlustig? En heb jij ook bijzondere verhalen van jouw opa of oma?

De 2e les van deze module gaat over het verzet in Enschede en sluit aan bij 'Enschede 700 jaar'.

Oriënteren

Wat weten de leerlingen al over de tweede wereldoorlog? En kennen ze verhalen over Twente tijdens de oorlog? Kennen ze het verhaal 'Het verzet kraakt'?

Onderzoeken

Aan de hand van foto's wordt het verhaal 'Het verzet kraakt' verteld. 

De leerlingen gaan in gesprek over het verzet. Zou jij erbij gaan als het oorlog is? Waarom/wel of niet?

Uitvoeren

De leerlingen gaan verschillende drama-oefeningen binnen het thema 'oorlog en het verzet'.

De kernoefening is het maken van een diashow met levende dia's over het verhaal van 'het verzet kraakt'.

Evalueren

Hoe vonden de leerlingen het om deze oefeningen uit te voeren? Vonden ze het lastig om een rol te spelen?

Wat hebben ze geleerd over het thema 'oorlog en verzet'?

 

Leerplankader

Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.