Op pad in de tijd!
Op pad in de tijd - Een workshop van Kaliber Kunstenschool.
Door middel van theateroefeningen- en spelletjes laten we groep 1 en 2 kennismaken met verschillende tijden. De workshop start met een korte warming-up met verschillende oefeningen. Ben je er klaar voor? Kom dan maar mee in de tijdmachine! Een workshop die op een speelse wijze leerlingen kennis laat maken met vroeger, nu en de toekomst. We sluiten de les af met de terugreis naar het (klas)lokaal en een korte nabespreking.
Oriënteren:
Wat is tijdreizen? Zou je willen tijdreizen? Zou je dan naar het verleden of de toekomst willen gaan?
In de begeleidende lesbrief staan verschillende suggesties voor de leerkracht ter voorbereiding op de workshop.
Onderzoeken:
Wat weten de leerlingen al de verschillende tijden?
De leerlingen leren tijdens de warming up hoe de tijdmachine werkt.
Uitvoeren:
De kinderen gaan naar de tijd van de holbewoners en van dinosaurussen. Daarna gaan ze naar de toekomst met robots om vervolgens weer terug te keren naar het heden.
Evaluatie:
In welke tijd zou je het liefste leven? Hoe zou het zijn als je echt zou kunnen tijdreizen?
Wat vond je de leukste oefening om te doen? Heb je nog wat nieuws geleerd?
Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)
De leerling kan zich binnen de context van het onderwerp/thema openstellen voor dramatisch spel in binnen- en buitenschoolse situaties met al zijn zintuigen. De leerling kan gericht kijken en praten over het aangeboden verhaal (zoals een theaterstuk, prentenboek) en elementen uit dit verhaal als inspiratiebron gebruiken voor eigen dramatisch spel.
De leerling kan zijn persoonlijke ervaringen uit het dagelijkse leven vertalen in spelsituaties. De leerling kan onder begeleiding een spelidee aanreiken en meegaan met een spelidee van een ander.
De leerling kan onder begeleiding improviseren op spelimpulsen. De leerling kan de spelelementen wie, wat en waar in spel vormgeven. De leerling kan alleen, of samen met zijn groepsgenoten eenvoudige spelsituaties, rollen en verhalen spelen. Hierbij ligt de nadruk op beweging. De leerling kan actief meespelen met de dramatische werkvormen: (vertel)pantomime, spelen met materialen, teacher in role, tableau vivant en improvisatiespel.
De leerling kan kijken naar en praten over het spel van zichzelf en dat van zijn groepsgenoten. Dit geldt zowel voor zijn spel als voor zijn rol. (Wat heb je gespeeld? Hoe heb je dat gedaan?) De leerling kan verschillende emoties van gespeelde situaties en rollen benoemen. De leerling accepteert en respecteert meningen, ideeën en gevoelens van anderen over zijn eigen spel.