Game Design

Game Design
Gebruik je fantasie! In deze workshop maken leerlingen op een creatieve en actieve manier kennis met de basis van game design. Ze ontwerpen hun eigen game door levels, personages en gadgets te bedenken en visueel uit te werken. Door samen te werken en hun fantasie te gebruiken, ontdekken leerlingen stap voor stap hoe een idee kan uitgroeien tot een echte, speelbare game. Na de workshop ontvangt jullie juf of meester binnen 2 weken de game. Deze kunnen jullie samen in de klas spelen en ook thuis op je tablet.

Oriënteren
De workshop start met een introductie aan de hand van een lesbrief. Hierin ontdekken leerlingen wat er allemaal nodig is om een videogame te maken: van idee en ontwerp tot techniek en uitvoering. Ook wordt kort stilgestaan bij de geschiedenis van games en de rol die digitale media spelen in het dagelijks leven van kinderen. Er is aandacht voor bewust omgaan met schermtijd en het verschil tussen consumeren en zelf creëren.

Onderzoeken
In deze fase verdiepen leerlingen zich in de opbouw van een game. Wat is het verhaal of script achter een spel? Hoe ontwikkel je een game vanaf het allereerste idee? In plaats van bestaande content te kopiëren, gaan leerlingen zelf aan de slag met het maken van eigen ontwerpen. Ze tekenen personages, bedenken levels en creëren gadgets. Hierbij maken ze gebruik van hun eigen stem, handen en materialen zoals papier en verf. Ook kiezen ze een gezamenlijk thema dat als basis dient voor hun game.

Uitvoeren
Het bouwen van de game wordt vergeleken met het bouwen van een gebouw: iedereen levert een eigen bijdrage. De klas werkt in groepjes aan verschillende onderdelen, zoals personages, levels, visuele effecten en geluid. Al deze elementen worden verzameld en samengebracht tot één geheel. De ontwerpen worden vervolgens digitaal uitgewerkt en verwerkt tot een speelbare game.

Evalueren
Na afloop wordt de game gepresenteerd en gedeeld. Leerlingen kunnen hun eigen spel én dat van anderen spelen. Zo ervaren zij direct het resultaat van hun werk. Tijdens de evaluatie wordt besproken wat ze hebben geleerd, hoe de samenwerking verliep en welke keuzes ze hebben gemaakt. De trots is groot wanneer hun eigen ontworpen wereld tot leven komt. Ter inspiratie wordt ook een voorbeeldgame getoond, zodat leerlingen zien wat er allemaal mogelijk is — en ontdekken dat zij dit zelf ook kunnen maken.

 

 

 

Leerplankader

Oriënteren
(15 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(50 punten)
Evalueren
(10 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.