Stencil Graffiti Art

 

Stencil Art
In deze workshop maken leerlingen kennis met de veelzijdige wereld van stencil art. Er wordt gewerkt met veel kleur, verschillende thema’s en diverse technieken. Het centrale thema is Flower Power, geïnspireerd op de kleurrijke jaren 60: een tijd van opvallende mode, invloedrijke muziek en bijzondere gadgets. Voor veel leerlingen is dit een onbekende periode, waardoor zij op een creatieve manier een kijkje krijgen in deze tijd.

Oriënteren
De les start met een introductie over de oorsprong van graffiti binnen de hiphopcultuur. Aan de hand van de lesbrief en verschillende video’s ontdekken leerlingen uiteenlopende technieken en stijlen. Ze maken eerste schetsen op papier en verkennen de mogelijkheden van stencil art. Hierbij wordt ook gekeken naar werk van bekende kunstenaars zoals Banksy.

Onderzoeken
In de onderzoeksfase maken leerlingen een voorbereidende opdracht waarin zij leren hoe een stencil wordt ontworpen en gemaakt. Ze experimenteren met verschillende technieken, vormen en stijlen. Het thema is breed: van typografie tot vrije beeldende kunst.

Uitvoeren
Tijdens de uitvoering krijgen leerlingen uitleg over het gebruik van materialen, met speciale aandacht voor veiligheid, omdat er met scherpe gereedschappen wordt gewerkt. In groepjes bedenken zij een gezamenlijk thema en werken dit uit in ontwerpen. Deze ontwerpen worden omgezet in stencils, uitgesneden en met spuitverf aangebracht op stevig papier.

Evalueren
Na afloop van de workshop wordt er gezamenlijk teruggeblikt. Leerlingen delen wat zij hebben geleerd, wat zij vernieuwend vonden en hoe zij het samenwerken hebben ervaren. Ook wordt besproken of zij verder willen met deze techniek en waar materialen te verkrijgen zijn. De gemaakte werken kunnen worden gepresenteerd in een expositie.

 

Leerplankader

Oriënteren
(15 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(50 punten)
Evalueren
(10 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.