Huis vol dansplezier

Huis vol dansplezier

Huis vol dansplezier - Een workshop van Kaliber Kunstenschool.

In de workshop ‘Huis vol dansplezier’ gaan de kinderen door verschillende ruimtes van een huisIeder huis is anders. De een woont in een rijtjeshuis, of in een appartement en weer iemand anders woont misschien wel op een woonboot. Ieder huis en misschien welke elke kamer kent zijn eigenregels. Wanneer je een kijkje in mijn huis neemt, is het één groot feest! Je zal gaan ontdekken dat elke kamer in mijn huis iets bijzonders heeft. Elke kamer heeft namelijk een unieke opdracht die wij uit moeten voeren om naar een volgende kamer te kunnen gaan 

Elke opdracht om een kamer door te komen heeft te maken dansante vormgeving. Werken met hoogte lagen, verschillende ritmes, samenwerkingsopdrachten en het kunnen dansen met voorwerpen. De creativiteit/muzikaliteit en fysieke mogelijkheden van de kinderen wordt via deze manier aangesproken. 

Oriënteren

Ter voorbereiding op deze workshop gaat de leerkracht met de leerlingen praten over hun eigen huis.

Onderzoeken

De leerlingen maken allemaal een tekening met hun 'droomkamer'. Hoe ziet hun ideale kamer er uit? Wat kan je daar allemaal doen?

Uitvoeren

De leerlingen gaan samen met de docent van Kaliber door 'mijn huis'. Ze gaan door verschillende kamers, waar ze allerlei opdrachten moeten doen.

Deze opdrachten stimuleren creativiteit, muzikaliteit en fysieke mogelijkheden.

Evalueren

De leerlingen bespreken de tekeningen van hun 'droomkamer' in de klas. Door alle tekeningen samen te voegen maken ze met de klas 1 groot flatgebouw dat bestaat uit allemaal ideale kamers.

Leerplankader

Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.