Knuffels in actie: Maak samen een fotoverhaal!
Knuffels in actie - een workshop van Kaliber Kunstenschool
Tijdens de workshop Fotoverhaal gaan we een verhaal vertellen met foto's. Leerlingen nemen hun lievelingsknuffel mee die een rol gaat spelen in het verhaal.
Kinderen mogen hun fantasie de vrije loop laten en met een verhaal hun knuffels tot leven brengen.
Ze krijgen een kort verhaal voorgelezen dat ze analyseren met een docent. Op basis van de zinnen gaan ze aan de slag met fotografie.
Om het verhaal te creëren, worden de knuffels gefotografeerd en achter elkaar gezet. De foto's vormen de basis ondersteund door tekst.
Oriënteren
De leerkracht leest de leerlingen een verhaal voor en gaat daarbij met hen in gesprek over het verhaal en de plaatjes die erbij staan.
De leerlingen nemen hun lievelingsknuffel mee naar school en mogen hierover vertellen.
Onderzoeken
De docent van Kaliber gaat samen met de groep een verhaal maken. Per groepje krijgen de leerlingen 1 of meerdere zinnen die ze gaan uitbeelden op een foto. De knuffels spelen de hoofdrol in de foto's.
Wat kunnen ze gebruiken om deze zinnen uit te beelden op een foto? Waar kunnen ze de foto het beste maken?
Hoe maak je foto's met een tablet of I-pad en waar moet je op letten?
Uitvoeren
De leerlingen gaan de foto's maken en de docent zet deze foto's in de juiste volgorde in een presentatie
Evalueren
Het bedachte verhaal wordt voorgelezen en daarbij worden de gemaakte foto's getoond.
Daarna wordt met de klas besproken wat ze ervan vonden, hoe ze de workshop hebben ervaren en wat ze ervan hebben geleerd.
De workshop is aanpasbaar en daardoor geschikt (te maken) voor groepen binnen het speciaal onderwijs. Ook geschikt voor ZML-groepen.
Voor vragen mail naar: onderwijs@kaliberkunstenschool.nl
Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)
De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.
De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.
De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.
De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.