Greenscreen avontuur

Greenscreen avontuur

Greenscreen avontuur - een workshop van Kaliber Kunstenschool.

Tijdens de workshop Greenscreen avontuur gaan we acteren in ons eigen (thema)verhaal. Leerlingen bedenken een verhaal binnen een thema en knutselen poppetjes/karakters die hierbij passen. Ze gaan aan de slag met de app DoInk. Ze leren over de greenscreen techniek en experimenteren samen hoe ze deze kunnen inzetten om hun verhaal te vertellen. Wie gaat er filmen, regisseren of acteren? Welke achtergronden hebben ze nodig voor het verhaal? En kunnen ze coole effecten toevoegen, zoals de onzichtbaarheidsmantel uit Harry Potter? 

Optioneel: Ze leren hoe ze video effecten, zoals explosies of vallende sneeuw, kunnen toevoegen. 

Thema’s: sprookjes, superhelden, onderwater, ruimteavontuur, tijdperken etc., of thema dat op dat moment relevant is bij de school 

Oriënteren

De leerlingen gaan ontdekken wat een greenscreen is, hoe dat werkt en waar dat zoal toegepast wordt.

Onderzoeken

De leerlingen gaan bedenken met welk thema ze aan de slag willen.

Wat voor karakters/personages horen daarbij en wat voor attributen zijn daarvoor nodig.

De leerlingen gaan hun eigen poppetjes en attributen maken.

Uitvoeren

Binnen het gekozen thema gaan de leerlingen in groepjes een verhaal bedenken voor hun avontuur.

Vervolgens gaan ze aan de slag met de app DoInk om hun avontuur te verfilmen.

Evalueren

De leerlingen gaan hun avontuur presenteren en met elkaar hierover in gesprek.

Leerplankader

Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.