Cajon (workshop)
Cajon - Een workshop van Kaliber Kunstenschool
De rechthoekige handtrommel gemaakt van hout en afkomstig uit Peru met aan de achterkant een gat voor de akoestiek; de Cajon. Tijdens de workshop wordt er d.m.v. een combinatie van bodypercussie en verschillende soorten ritmes op cajón toegewerkt naar een eindresultaat. Een ritmische begeleiding (op muziek) De leerlingen ervaren door er op verschillende manieren op te spelen dat elementen van slagwerk (drums) worden gecombineerd. Luisteren naar elkaar is hierbij erg belangrijk: op basis van cues val je in of moet je stoppen. De workshop zorgt voor een energieke sfeer.
Oriënteren:
De Cajon vormt bij uitstek een voorbeeld van hoe je met beperkte middelen muziek kunt maken. Welke manieren zijn er nog meer om met weinig middelen muziek te maken?
Kunnen jullie een vorm uitproberen met de klas? Probeer met de klas eens ritmische boodschappen aan elkaar door te geven. In de begeleidende lesbrief staan links naar verschillende soorten popmuziek waarin de cajon te horen is.
Onderzoeken:
De workshop start met een korte introductie van het instrument. Daarna volgt de warming up en dan kan het echte werk beginnen!
Uitvoeren:
Kinderen leren door middel van verschillende oefeningen ritmes aan en leren zo de Cajon en zijn mogelijkheden kennen.
Evalueren:
Hoe hebben leerlingen de les ervaren? Hoe vonden ze het om met elkaar muziek te maken? Wat hebben ze, naast het bespelen van het instrument, nog meer geleerd?
Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)
De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.
De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.
De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.
De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.