Creatieve verkenning, verschillende technieken (Module)
Creatieve verkenning - een module van Kaliber Kunstenschool
Deze module bestaat uit 3 beeldende lessen van 1,5 uur waarbij leerlingen kennismaken met verschillende technieken en materialen.
Elke workshop staat op zichzelf en bevat het volledige creatieve proces doordat de leerlingen de techniek/materiaalsoort tijdens de workshop gaan ontdekken en er ook daadwerkelijk mee aan de slag gaan en na afloop bespreken.
In de voorbereidende lesbrief maken leerlingen alvast kennis met de verschillende technieken (oriënteren) en gaan ze alvast nadenken over verschillende ontwerpen en mogelijkheden (onderzoeken).
Tijdens de workshops gaan ze daadwerkelijk met de materialen en technieken aan de slag (uitvoeren). Ter evaluatie gaan ze hun eigen en elkaars werk bekijken en beantwoorden daarbij enkele vragen.
Drie verschillende materialen die elk met een eigen techniek bewerkt worden. Daardoor geeft deze module leerlingen een brede creatieve verkenning!
Het standaardpakket van deze module bestaat uit:
- gips in beeldverband
- lino snijden
- speksteen bewerken
Wil je heel graag een van bovenstaande materialen vervangen door een ander materiaal/techniek dan kunnen we in overleg de mogelijkheden bespreken.
Voor deze en andere vragen kunt u contact opnemen met: onderwijs@kaliberkunstenschool.nl
Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)
De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.
De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.
De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.
De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.