Accepteren kun je leren.

Accepteren kun je leren.

Accepteren kun je leren - een workshop van Kaliber Kunstenschool

In deze workshop onderzoeken de leerlingen de thema's: accepteren, empathie en inleven. 
Hoe kan je emoties herkennen? Hoe kan je je inleven in een ander? Hoe kan en wil je reageren op verschillende situaties?
Hoe kan en wil je reageren op verschillende situaties? De leerlingen gaan aan de slag met emoties en oefenen  met het inleven in verschillende personages.
Reageren verschillende personages bijvoorbeeld anders op dezelfde situatie?
Leerlingen worden uitgedaagd om op een leuke manier te kijken naar zichzelf en de ander.

 

Oriënteren en onderzoeken

In de eerste oefeningen van de workshop wordt ingegaan op de 4 basisemoties.
Hoe druk je emoties uit met lichaamshouding, gezichtsuitdrukking, gebaren of geluiden?

Uitvoeren

In de kernoefening van deze workshop gaat het over pestgedrag. De leerlingen gaan verschillende scenes spelen aan de hand van kaartjes.
Op deze kaartjes staan verschillende rollen, plaatsen, scenario's en mogelijke oplossingen.

Evalueren

Door verschillende scene's met verschillende oplossingen te spelen wordt duidelijk wat wel en niet werkt bij pestgedrag.
Bespreek dit met de leerlingen.

Leerplankader

Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.