De Sibling Show (6+)

De Sibling Show (6+)

Broers en zussen in alle soorten en maten! Kleine irritante zusjes, grote betuttelende broers, een oudere zus die alles mag, een lief babybroertje dat iedereen lief vindt. Komt dat zien! Tweelingen als twee druppels water, een enigst kind, een veel oudere halfbroer. Alle keus! Rowan kijkt z’n ogen uit. Vandaag mag hij zijn kleine broertje inruilen voor een nieuwe. Eindelijk is hij van dat jengelende joch af. Maar wie zal hij kiezen? En hoe weet hij of dat de beste keus is?

Siblings. Je houdt van ze, je wordt gek van ze! Je maakt ruzie met ze, je wil niet zonder ze. Je bent trots, je bent stikjaloers. Je lijkt op ze, je wil niet op ze lijken. Want van buiten lijk je misschien op elkaar, maar van binnen voel je je totaal verschillend. 

De Sibling show is een jazzy muziektheatervoorstelling over familie in alle soorten en maten. De acteurs Bart en Remco Sietsema & Simon en Hannah Boer zijn muzikale alleskunners én daarnaast broers en zussen. Hun persoonlijke verhalen worden vermengd met siblings uit bekende sprookjes: Hans & Grietje, Tommie & Annika en vele anderen.

Thematiek: Zusjes en broertjes (siblings), Gezin vs individu, Concurrentie siblings (de beste moeten/willen zijn of juist helemaal niet)

  • Oriënteren: Met je klas oriënteer je je op de discipline theater. Wat weten de leerlingen hier al van? Hoe ziet een theater eruit? Wat is toneelspelen? Theater Sonnevanck levert per post het educatiemateriaal dat je hierbij ondersteunt, op papier en digitaal.
  • Onderzoeken: Waar zou de voorstelling De Sibling Show over gaan? Onderzoek met je leerlingen de poster en de tekst. Wat denken de leerlingen? En waarom?
  • Uitvoeren: Je gaat met je leerlingen naar de Schouwburg Hengelo (tegenover het station in Hengelo). Jullie worden ontvangen in de foyer, nemen plaats in de theaterzaal en beleven de voorstelling. Na afloop delen de leerlingen hun eerste reactie met de acteurs onder begeleiding van een educatief medewerker die dit gesprek zal leiden. 
  • Evalueren: Op school reflecteren de leerlingen met de leerkracht op de voorstelling, het verhaal, de personages en de thematiek. Wat heeft indruk gemaakt? Op welk personage lijk jij? Hoe denken de leerlingen over het thema? Zijn er onderlinge verschillen? Suggesties en inspirerende koppelingen met het eigen lesprogramma zijn te vinden in het educatiemateriaal. 
  • Aansluiting op het lesprogramma
    De voorstelling en het educatiemateriaal sluiten aan bij interessante thema’s. Het oefenen met verschillende perspectieven en je verplaatsen in anderen, het bespreekbaar maken van schaamte en het stimuleren van creatief denken over omstandigheden die mensen buitensluiten. Meer informatie over de voorstelling: klik hier

Voor vragen kunt u contact opnemen met:

Theater Sonnevanck
Rieke Oudejans
e-mail: bemiddeling@sonnevanck.nl
telefoon: 053-4315400

Leerplankader

Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(20 punten)
Uitvoeren
(30 punten)
Evalueren
(25 punten)

De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan daarop reageren met associaties en herinneringen aan eigen ervaringen. De leerling kan daarover communiceren met anderen.

De leerling kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die hij meeneemt in de uitvoerende fase. De leerling kan de betekenis die hij aan kunstuitingen geeft onderzoeken en een relatie leggen met de middelen die de maker heeft gebruikt, bijvoorbeeld beeldof klankaspecten, spel- of danselementen, technieken en materialen. De leerling kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en nieuwe mogelijkheden uitproberen. De leerling kan onderzoeken op welke manier hij de opdracht kan gaan uitvoeren en kan een uitvoeringsplan maken. De leerling kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen. De leerling kan teruggrijpen naar de informatie en ideeën opgedaan in de oriëntatiefase.

De leerling kan zijn plannen uitvoeren (met behulp van vakspecifieke kennis en vaardigheden) en de uitvoering presenteren (individueel of samen met anderen). De leerling kan zijn keuzes motiveren en een relatie leggen met de onderzoeksfase. De leerling kan in het vormgevingsproces rekening houden met de gegeven en zijn eigen criteria. De leerling kan, daar waar relevant, samenhang benoemen tussen een beeld, dans, spel of muziek en/of andere vakken.

De leerling kan vertellen over het verloop van het werkproces. De leerling kan zijn waardering geven aan het eigen product en werkproces en dat van anderen. De leerling kan deze waardering beargumenteren en maakt daarbij gebruik van kennis en inzicht in verschillende uitingen van kunst en cultuur. De leerling kan oplossingen in het eigen werk vergelijken met die van kunstenaars. De leerling kan laten zien dat hij enige kennis en inzicht in de betekenis die kunst en cultuur, voor het dagelijkse leven van mensen van vroeger en nu, heeft.