Edu het eendje

Edu het eendje

Anne Knappstein (cellist Orkest van het Oosten) komt met cello en gettoblaster in de klas om samen met kleuters verschillende klanken van muziekinstrumenten te ontdekken en uit te proberen. Dit gebeurt aan de hand van tekeningen, klassieke muziekfragmenten en een verhaal over een eendje, dat op zoek is naar zijn eigen geluid. Kinderen spelen, zingen en helpen Edu tijdens de voorstelling. De muziek van Tsjaikovski zal nog lang aangenaam in je hoofd zitten!

Meer info Orkest van het Oosten: Monique Wijnker en Carlijn de Lange via educatie@ovho.nl

Leerplankader

Oriënteren
(40 punten)
Onderzoeken
(20 punten)
Uitvoeren
(40 punten)
Evalueren
(0 punten)

De leerling kan actief luisteren naar korte stukken (live) muziek(-theater) uit een breed repertoire, aansluitend bij zijn belevingswereld. De leerling kan met taal, beweging of beeld zijn eigen betekenis geven aan muziek in binnen- en buitenschoolse situaties.

De leerling kan betekenissen en klanktegenstellingen in muziek van een breed repertoire onderscheiden en vertalen naar beweging en beeld. De leerling ontdekt, door manipuleren en experimenteren, klankaspecten van diverse klankbronnen. De leerling kan zelfstandig een situatie, sfeer of muzikale tegenstelling verwerken in kleine vocaal/instrumentaal geïmproviseerde klankstukjes. De leerling kan zijn muzikale ideeën globaal weergeven in beeld (picturaal, basaal grafisch).

De leerling kan in groepsverband eenstemmige liedjes, zowel 2- als 3-delig, binnen een omvang van c’-b’, met de leerkracht meezingen. De leerling kent een breed repertoire liedjes en versjes, passend bij zijn directe belevingswereld. De leerling kan volgens de vorm van het lied fraseren. De leerling kan maat en tempo van muziek in beweging weergeven. De leerling kan (in groepsverband) eenvoudige ritmische patronen uitvoeren. De leerling kan bij het musiceren in groepsverband gelijk beginnen en eindigen aan de hand van een (lied)leidingsgebaar. De leerling (her)kent de relatie symbool/klank en kan onder leiding van de leerkracht picturale en grafische notaties verklanken. De leerling kent de namen en speelwijzen van het in de onderbouw (van het primair onderwijs) meest gebruikte schoolinstrumentarium. De leerling kan zich tijdens het musiceren qua tempo en volume aanpassen aan dat van de groep. De leerling kan (alleen en in groepsverband) een kort muziekstukje onder leiding van de leerkracht aan anderen presenteren.

De leerling kan over zijn muzikale ideeën vertellen, met gebruikmaking van basale muzikale begrippen. De leerling kan met aandacht luisteren naar de ideeën van anderen. De leerling herkent de betekenis van muziek in voor hem relevante jaarfeesten, situaties en emoties.