Vriend zoekt vriendschap
Vriend zoekt Vriendschap - een workshop van Kaliber Kunstenschool
Hoe word je eigenlijk een vriend of zelfs een BFF? Wat is vriendschap eigenlijk? En is iemand altijd je vriend of vriendin of kan je vrienden ook kwijtraken? In deze spelworkshop gaan de leerlingen aan de slag met verschillende vragen en veronderstellingen over vrienden zijn. Met passende theateropdrachten worden de leerlingen uitgedaagd het thema op een speelse manier te onderzoeken en worden ze gestimuleerd hun eigen ideeën over vriendschap vorm te geven en te presenteren.
Oriënteren:
De leerkracht kan voor de workshop al met het thema vriendschap aan de slag. Wat is een vriend? Wanneer is iemand wel/niet een vriend? Kun je ook vrienden zijn met dieren? Kun je ook 100 vrienden hebben? In de begeleidende lesbrief staan een aantal opdrachten, beeldend en theater, om de workshop nog verder voor te bereiden.
Onderzoeken:
Wat weten de kinderen al over vriendschap?
Uitvoeren:
Na een warming-up tikspel komen verschillende spelvormen aan bod rondom het thema vriendschap.
Evalueren:
De leerkracht kan de verschillende spelvormen terug laten komen in de periode na de workshop om zo het thema terug te laten komen.
Het thema vriendschap kan een goede springplank zijn voor de docent om door te gaan over gedrag en omgang met elkaar. Hoe gaan we hier in de klas met elkaar om? Hoe wil je zelf graag gehandeld/benaderd worden? Waar liggen grenzen en wat is niet acceptabel gedrag?
Oriënteren
(25 punten)
Onderzoeken
(25 punten)
Uitvoeren
(25 punten)
Evalueren
(25 punten)
De leerling kan zich binnen de context van het thema of onderwerp openstellen voor dramatisch spel in binnen- en buiten-schoolse situaties met al zijn zintuigen en deze ervaring gebruiken bij zijn eigen dramatisch spel. De leerling kan met anderen een (beschouwings-)gesprek voeren over een voorstelling en er betekenis aangeven.
De leerling kan onderzoek doen naar de spelelementen wie, wat, waar, wanneer, de speltechnieken en spelstijlen. De leerling kan onderwerpen/thema's (bijvoorbeeld uit andere leergebieden) gebruiken als inspiratiebron voor het vormgeven van dramatisch spel. De leerling kan zelfstandig of samen met groepsgenoten een rol of spelsituatie bedenken.
De leerling kan zelf een spelimpuls aandragen en meegaan met het spel van een ander. De leerling kan bewust de spelelementen wie, wat, waar, wanneer in spel vormgeven. De leerling kan zijn emoties uitdrukken in spelwerkelijkheid, betekenis geven aan zijn spel en aan zijn uitvoering zeggingskracht geven. De leerling kan een scène spelen met een duidelijke opbouw en spanningsboog. De leerling kan spelopdrachten uitvoeren, actief meespelen met de dramatische werkvormen: tableau vivant, afspreekspel, dialoogspel, toneelspel, tekstspel en improvisatiespel/ inspringspel en kan in zijn spel bewust gebruik maken van de theatrale ruimte, het decor en de attributen. De leerling kan een korte, vaste tekst hanteren en kan zelf onder begeleiding een korte dialoog schrijven. De leerling kan samen met anderen in groepsverband een presentatie geven aan een onbekend publiek en maakt hierdoor theater.
De leerling kan aan de hand van zijn spel de keuzes motiveren die hij met zijn groepje heeft gemaakt. (Wat was je/jullie plan? Wat heb je gebruikt als inspiratiebron? Wat heb je onderzocht? Wat is wel/niet gelukt?) De leerling kan een relatie leggen tussen oplossingen en keuzes in zijn eigen werk en die van anderen, waaronder (semi)professionele kunstenaars. De leerling kan zijn waardering uitspreken voor zijn eigen spel en voor het spel en de ideeën van anderen.