Toneelspelen: De dieren van Toon Tellegen

Toneelspelen: De dieren van Toon Tellegen

De dieren van Toon Tellegen
'Wat een verjaardag!' fluisterde de karper.
'Ja,' zei de snoek.
Daarna zeiden ze niets meer en geloofden dat ze vrienden waren.
De dierenverhalen van Toon Tellegen gaan over vrienden, vriendschap, liefde, feest en nog veel meer. In elk diertje dat langskomt kun je jezelf herkennen en anders herken je wel de emotie die voorbijkomt.
In de lessen gaan we transformeren naar dieren. Hoe loopt een dier, wat is zijn tempo, wat voor geluid maakt hij? En wat als hij andere dieren ontmoet? Wat gebeurt er dan?
Dit alles doen we aan de hand van de verhalen van Toon Tellegen. 
Kernwoorden: Spelplezier, fantasie, transformeren, samenspel, emoties, Theatermakerij

Leerplankader

Oriënteren
(10 punten)
Onderzoeken
(30 punten)
Uitvoeren
(50 punten)
Evalueren
(10 punten)

De leerling kan aan de hand van een onderwerp/thema/voorstelling ideeën opdoen en dit als inspiratiebron gebruiken voor eigen dramatisch spel.

De leerling kan onderzoek doen naar de spelelementen wie, wat en waar. De leerling kan situaties uit zijn directe leefwereld of uit de media vormgeven in dramatisch spel en een verband leggen tussen een personage en een verhaal. Hij kan daarbij onderscheid maken tussen iemand anders spelen dan zichzelf. De leerling kan meerdere oplossingen bedenken bij het onderzoeken van een opdracht.

De leerling kan door te improviseren zelfstandig en spontaan oplossingen verzinnen. De leerling kan bewust de spelelementen wie, wat, waar in spel vormgeven. De leerling kan uiterlijke kenmerken van zijn rol bedenken en uitbeelden met gebruik van houding, gebaar, stem en taal. De leerling kan, binnen een gegeven kader, een scène met een duidelijke opbouw van begin – midden – eind voorbereiden en spelen. Hij kan daarbij in overleg met anderen keuzes maken en aangeven hoe hij gebruik heeft gemaakt van ideeën die hij heeft opgedaan in de onderzoeksfase. De leerling kan spelopdrachten uitvoeren, actief meespelen met de dramatische werkvormen: (vertel)pantomime, spelen met materialen, teacher in role, tableau vivant, improvisatiespel, afspreekspel, spiegelspel en dialoogspel uitvoeren en kan daarbij, onder begeleiding, onderscheid maken tussen speel- en publieksruimte. De leerling kan met een groepje een presentatie geven voor de eigen groep en/of een andere voor hem bekende publieksgroep.

De leerling kan vertellen over zijn vormgevingsproces en zijn (groeps-) presentatie en kan benoemen wat zijn rol is in de samenwerking met anderen. Hij kan zijn eigen keuzes onder woorden brengen. De leerling staat open voor feedback van anderen en kan dit waarderen.